Januari loopt op zijn einde. Ik vond het een lastige tijd. De feestdagen, de overgang naar het nieuwe jaar, de goede voornemens… tradities die voor mij onwenniger aanvoelden dan anders. Het tempo en de timing klopte niet. Het geheel voelde zelfs wat surreëel.
De wensen en intenties voor het nieuwe jaar: ik kon er deze keer niet aan meedoen. En ik wist niet goed waarom. Ik nam het waar, zonder echt te begrijpen wat het betekende of wat ik ermee moest. Dus zei en deed ik niets.
Ondertussen kwamen in mijn coachsessies verschillende vragen voorbij:
Ben ik slecht?
Ben ik een hopeloos geval?
Ik weet wat ik moet doen, maar het lukt me niet — hoe stom is dat?
Ik wil zo graag minder doen en meer zijn, meer in het nu. Waarom is dat zo moeilijk?
Ik wil zo graag meer gehoord worden. Wat doe ik verkeerd?
Ik voel me zo moe, ik wil energieker zijn.
En alle bijhorende overtuigingen, emoties en reacties.
Dit weekend werd tijdens een deelmoment na een meditatie iets plots helder. We willen zo graag. Meer. Sneller. Beter. Slimmer. Spiritueler. De periode rond nieuwjaar en goede voornemens legt dat misschien nog scherper bloot dan anders.
Maar hoezo zou een kalender onze realiteit bepalen? Waarom zou 1 januari écht een overgang zijn van oud naar nieuw? En waarom zouden voornemens en intenties onze natuurlijke ontplooiing kunnen versnellen?
Er bestaat zoiets als een eigen ritme en tempo. Zoals een slang vervelt wanneer het zover is, en sneeuwklokjes pas tevoorschijn komen als ze er klaar voor zijn, zo verloopt ook onze evolutie.
Kunnen we onze spanningen ruimte geven? Tijd? Hoe kijken we eigenlijk naar lastige momenten? Als vervelende, misschien zelfs overbodige dieptepunten die we zo snel mogelijk achter ons willen laten?
Net die momenten die oncomfortabel aanvoelen, zijn een teken van groei. Ze leggen onze neigingen, patronen en percepties bloot: de neiging om onszelf voortdurend in vraag te stellen, kleiner te maken, onze plek niet te kunnen vinden of innemen. Om ons slimmer of net dommer, sneller of trager, beter of slechter te voelen dan de ander.
Het zijn onze percepties — gekleurd en soms verwrongen — en hun effect op onszelf en daardoor onvermijdelijk ook op de ander.
Die dieptepunten bewust beleven is ons ontwikkelingsproces. Ze ervaren. Ze aankijken. Aanvaarden dat ze er zijn en dat ze hun tijd nodig hebben. En van daaruit leren ontspannen in de spanning. Langzaam ontstaat het besef dat het “slechts” perceptie is. Geen waarheid. Zonder oordeel over het tempo. Zonder de drang om het proces te versnellen of te stoppen.
“De crisis zelf is een teken van groei en transformatie.”
Ik heb lang gedacht dat een dieptepunt betekende dat ik slecht of verkeerd bezig was. Ondertussen weet ik — en heb ik ervaren — dat een crisis net ten goede is. Dat ze loutert. Oude gedachten en patronen in vraag stelt, tot ze mogen afbrokkelen en overbodig worden.
Uit elke crisis ontstaat iets nieuws. Iets verrassends. Iets opbouwends.
Kortom: ook in crisismomenten is alles ok. Zijn wij ok. Het leven reikt ze ons aan voor onze groei en bloei. En jouw natuurlijke tempo en ritme staan misschien los van wat je persoonlijkheid graag zou willen, of van je voornemens voor het nieuwe jaar. So what?
Toen ik deze week in een sessie aan iemand vroeg of hij nog iets wilde toevoegen na een heel kwetsbaar gesprek over donkere periodes in zijn leven, zei hij:
“Ja. Dat ik ok ben. Nu, toen en altijd.”
Het raakte me. Zo aan het einde van januari.
Ann
